

30 jaar illustrator!
Begin januari 1996 schreef ik mij in bij de Kamer van Koophandel in Utrecht als illustrator. 1996…2026…Dat betekent dat ik nu dus op de kop af officieel 30 jaar illustrator ben!
Ik word op zich niet persé warm van jubilea, maar 30 jaar freelance illustratorschap is toch ook niet niks. En als zzp-er moet je zelf de slingers ophangen (dat doet me denken aan het moment dat ik ooit bij het radioprogramma Arbeidsvitaminen de zelfverkozen ‘Baas van de dag’ was. Ik ontving een oorkonde en een taart. En het leukste: een aantal favoriete nummers van mij werden gedraaid op de radio). Dus, 30 jaar illustrator! Ook al mag ik graag wandelen, ik wil daar toch bij stil staan.
1. In den beginne
Nadat ik mijn diploma haalde aan de academie in Den Bosch was daar het grote okee-wat-nu-moment. Ik had het een en ander over illustratie en kunst geleerd, maar hoe je een bedrijf runt was nog een groot mysterie voor me. Dat leerde je gek genoeg niet op de academie. Ik vroeg een uitkering aan en kon via het UWV een zakelijke training voor kunstenaars volgen. Dat hielp me aardig op weg.
Toen ik een baan bij Meulenhoff-Educatief voor 2 dagen in de week kreeg, kon ik mezelf bedruipen. Hoera! Een van mijn eerste opdrachten waren illustraties voor het televisieprogramma Sesamstraat. Ik was zelf opgegroeid met Pino en Ieniemienie, dus ik vond dat een hele grote eer. Juichen voor de tv als mijn werk erop was! Meer illustraties voor Sesamstraat volgden: de voorleesverhalen van Appie en opa, geschreven door Rian Visser. Ze verschenen ook in boekvorm bij uitgeverij Gottmer.
Als ik geen opdracht had, bedacht ik ze zelf om mijn portfolio te vullen (geen pdf-je, maar een echte fysieke map) en deed ik acquisitie (een mooi woord voor kopietjes van mijn werk maken bij de copyshop, in de bibliotheek adressen opzoeken, het werk rondsturen en daarna al die mensen bellen, jaja zo ging dat toen). Toen ik van Utrecht naar Groningen verhuisde voor de liefde, stopte ik bij Meulenhoff. Nu was ik fulltime illustrator. Er volgden boeken, heel veel boeken, inmiddels zo’n 150 gok ik, tijdschriften, etalages, huisstijlen, posters, sieraden, t-shirts, we kregen een hond, Boris, onze kinderen werden geboren, we verhuisden naar buiten de stad, we kregen een praatgrage parkiet, Bram, ik volgde de beroepskunstenaar in de klas opleiding en ging lesgeven en illustreerde het ene boek/tijdschrift na het andere. Dat ging het ene jaar beter dan het andere (en nog steeds is er geen peil op te trekken). Maar hee, ik ben er nog steeds! Al 30 jaar! (Boris en Bram helaas niet meer).
Een redelijk willekeurige selectie van mijn boeken door de jaren heen en een blik in mijn niet zo georganiseerde boekenkast zie je op de foto’s.


2. Stop:Watch
Mijn project Stop:Watch (voorheen ‘It’s just more fun when you take a closer look’, maar dat bleek niet zo’n praktische naam) luidde in 2012 een nieuwe fase in. Stop:Watch is een combinatie van fotografie en digitale illustratie (https://www.tinekemeirink.nl/stopwatch/). Het ontstond eigenlijk per ongeluk toen ik mezelf Photoshop aan wilde leren. Het gezichtje dat ik zag in het Senseo apparaat was mijn eerste Photoshop-poging. Ik werkte tot die tijd alleen maar analoog en Photoshop was abracadabra voor mij.

My first Stop:Watch
Gaandeweg werd ik er wat handiger mee en ontwikkelde ik steeds meer een eigen beeldtaal en manier van kijken. Ik merkte dat wat ik vanuit mezelf maakte, aansloeg, mede dankzij Blogspot, Flickr en Twitter. Stop:Watch werd groter en groter: reclameposters, memorygames, boeken, een reclamefilm voor Samsung (Fr), exposities, workshops in Lille (Fr), wereldwijde aandacht…


Het klinkt misschien apart, maar ik ontdekte toen pas echt dat ik kon maken wat ik wilde en niet alleen maar wat ervan me verwacht werd (of beter nog: wat ik dacht dat er van me verwacht werd). Inmiddels kan ik zeggen dat eigen projecten, gemaakt omdat ik die maakdrang voel, het verschil maken. Dat betekent niet dat ik de klussen in opdracht niet met plezier doe. De afwisseling is juist geweldig. Maar meer en meer ontdek ik waar mijn kracht ligt, waarin ik me onderscheid van de rest. En dat proces is gelukkig nog steeds in volle gang.





4. Trashures
Op de academie twijfelde ik tussen autonoom en illustratie. Het werd illustratie, maar autonoom is er uiteindelijk toch lekker bijgekomen in de vorm van mijn project Trashures https://www.tinekemeirink.nl/trashures/ Kort gezegd zijn dat composities, meestal geschilderd op gevonden stukken hout, van dingen die ik al wandelend opraap of fotografeer.

De naam Trashures (trash/treasures) bedacht ik voor een boek over afvalkunst dat ik met Anja Brunt voor BIS Publishers maakte. Het bleek ook toepasselijk voor het autonome werk dat ik ging maken, want alles wat ik hiervoor gebruik, heb ik gewoon gevonden. Voor mij zijn ze goud waard. Je ziet dat ze ‘geleefd’ hebben.




Hun vormen, kleuren, structuren inspireren me en vind je duidelijk en minder duidelijk terug in het werk. Ik schilder en teken ze realistisch, illustratief of geabstraheerd. Die afwisseling in beeldtaal en materiaal, het experimenteren daarmee, dat vind ik heel leuk.




Elke trashure is weer een nieuwe puzzel. Hoe vind ik een goede balans? Het ene werk is zo klaar, andere werken liggen soms maanden, jaren te wachten op een geniale ingeving.



…more to come soon.









